Over mij

1 juni, 2016
  • Constructeur Leeromgeving
  • Studiebegeleider/Coach
  • Examinator
  • Persoonlijk
Ik vind het belangrijk bij studenten een leermoment teweeg te brengen, door de student te prikkelen. In mijn lessen combineer ik daar verschillende werkvormen voor. De variatie helpt ook bij het aansluiten op verschillende leerstijlen. Ik maak zoveel mogelijk gebruik van praktijksituaties die studenten zelf ervaren hebben, in het dagelijks leven of op stage. Soms is een klein stukje ‘ouderwets’ lesgeven onvermijdelijk. Powerpoint is daarbij soms een handig hulpmiddel maar met een whiteboard en stift komen we vaak ook al ver. Bovendien ben je dan flexibeler om aan te sluiten op het leermoment dat zich ter plekke voordoet, wat soms met gebruik van powerpoint verloren kan gaan.

Ik vind het ook belangrijk de studenten te stimuleren zoveel mogelijk extra-curriculaire activiteiten te ondernemen. Zo heb ik dit jaar in het kader van de internationaliseringsweek een studiereis naar Athene georganiseerd om daar te ondersteunen bij de opvang van vluchtelingen. De studenten hebben daarvoor zelf geld ingezameld. We hebben zuinig aan gedaan en nu er nog geld over is, hebben ze zelf besloten samen nog een keer terug te gaan, in oktober. Daarnaast gaan ze een symposium organiseren in samenwerking met Amnesty International. Mijn rol hierin als docent is de brug slaan tussen de studenten en het management en hen te ondersteunen. De studenten bedenken zelf de vormgeving, het programma, en regelen zoveel mogelijk zelf.

In de eerste twee jaar heb ik met name mijn klasse-management skills ontwikkeld. Aan het begin van de les even checken hoe de studenten erbij zitten, hoe hun pet staat, en op basis daarvan in een fractie van een seconde beslissen of mijn les wel gaat aanslaan. Ik vraag naar hun behoeften en probeer goede afspraken te maken om toch de lesinhoud over te brengen.

Voorbeeld:

Het is vrijdagmiddag 14:15; er staat een theorie-les van 2,5 uur gepland tot 16:45. Het is mijn eerste les met deze klas en van collega’s heb ik begrepen dat het geen gemakkelijke klas is: ze zijn druk en weinig gemotiveerd, zeuren continu om pauze en willen altijd eerder naar huis. Als ik de gang in loop hoor ik al een hoop herrie uit het lokaal komen. Studenten hangen en zitten op tafels, ze hebben hun jassen aan en petjes op, een meisje zit haar nagels te lakken. Ik kom het lokaal in en vraag aan enkele studenten hoe het met ze gaat. Ze geven aan geen zin te hebben en al de hele dag vanaf 9 uur vanmorgen les te hebben. Ik stel wat vragen: wat voor lessen waren het, hebben jullie pauze gehad, enzovoorts. Langzaam aan dimt de herrie en bemoeit de rest van de klas zich er ook mee. Ik geef aan dat we elke week op dit tijdstip les hebben, dus dat het niet zo kan zijn dat we elke week deze discussie hebben. Ik gooi het op een dealtje met ze: ik geef ze een opdracht mee, die ze buiten het lokaal mogen maken, als ze op tijd terug zijn en daarna goed meedoen met de bespreking van de opdracht. (‘Echt overal, juf?’ Ja, als je maar over een half uur terug bent en de opdracht af hebt) Ik heb er een hard hoofd in en verwacht over een half uur nog niet de helft van de studenten terug te zien. Een aantal studenten blijft in het lokaal, de rest vertrekt. Ik help de studenten in het lokaal een beetje op weg en wacht intussen in spanning af wat de rest van de groep doet. Wat schetst mijn verbazing? Een half uur later zijn alle studenten terug en de opdracht is gemaakt. Ik geef ze een groot compliment; de rest van de les gaat als een zonnetje en we gaan zelfs na 16:45 nog even door, omdat ze veel vragen hebben. Ik denk dat ik de sleutel van deze klas gekraakt heb!

 Sinds twee jaar ben ik studiebegeleider voor de eerstejaars studenten Social Work. Het leuke aan deze taak vind ik dat je studenten echt goed leert kennen. Niet alleen hun gezicht en daarbij horende naam, maar ook hun verhalen, motieven, overwegingen. Een student die een dag niet op school komt heeft daar meestal goede redenen voor en is niet zomaar ‘lui’ of ‘ongemotiveerd’. Ik wil graag achterhalen wat er speelt om daar de student mee verder te helpen. Soms resulteert dit in het maken van een planning met afspraken, soms verwijs ik een student door naar een decaan of studentpsycholoog. Heel af en toe komt het erop neer dat een student besluit voor een andere opleiding te kiezen. Ik sluit graag aan bij de (be)leefwereld van de student en probeer samen met de student binnen zijn/haar mogelijkheden te zoeken naar oplossingen.

Voorbeeld:

Emma* is ingestroomd van dezelfde opleiding van een andere hogeschool, die minder bij haar paste. Ze is een heel open en gezellige dame die ogenschijnlijk heel goed weet wat ze wil. Ze weet zeker dat ze dit werkveld in wil en dat ze haar P dit jaar nog gaat halen. Ik heb af en toe een gesprekje met haar waarin snel duidelijk wordt dat ze het lastig vindt om aansluiting te vinden bij haar klasgenoten, die allemaal wat jonger zijn en net van school komen, terwijl zij al een jaar gestudeerd heeft. Het lukt haar ook niet om een geschikte stage te vinden. Langzamerhand komen er steeds meer ‘probleempjes’ en Emma komt ook steeds minder vaak naar school. Na afronding van de eerste periode, waarin ze twee tentamens niet behaald heeft, besluit ik een afspraak met haar te maken. Ik praat met haar over wat ze van de studie vindt, wat de verschillen zijn tussen deze opleiding en haar eerste opleiding en over haar beeld van het werkveld. Ik merk daarin al dat ze een rooskleurig beeld heeft dat niet helemaal klopt met de realiteit. Als ze uiteindelijk een stage gevonden heeft, loopt dit stroef. Na twee weken op stage spreek ik haar nog eens. Ze vindt haar stage niet leuk en kan ook steeds moeilijker motivatie opbrengen om te studeren. Ik vraag haar wat ze echt interessant vindt in de opleiding en welke vakken ze het leukst vindt. Daar moet ze lang over nadenken en komt uiteindelijk met ‘psychologie en communicatie’. Een week later komt ze uit zichzelf bij me. Ze heeft nagedacht over mijn vraag en zegt dat ze denkt dat ze depressief is. Na een goed gesprek verwijs ik haar door naar de decaan. Ik houd de weken daarna een vinger bij haar aan de pols. Enkele weken later zie ik haar in de gang lopen en vraag hoe het met haar gaat. ‘Hartstikke goed! Ik ga stoppen met de opleiding en Verpleegkunde studeren! Ik heb er zo’n zin in!’. Soms moet je ook als docent erkennen dat een opleiding niet past bij de student en is het beter te ondersteunen in de zoektocht naar iets dat wel past in plaats van krampachtig proberen de student ‘erbij te houden’. *= de naam van Emma is gefingeerd.

Als vak- en toetsverantwoordelijke voor politicologie, recht en economie heb ik verschillende toetsen geconstrueerd en afgenomen. Politicologie en economie in jaar 1 betroffen beide werkstukken die studenten thuis, onder ongecontroleerde omstandigheden, mogen maken. Recht was een mulitple-choice toets die onder gecontroleerde omstandigheden gemaakt werd. Politiek in het tweede jaar betrof een toets met open essay-vragen die onder gecontroleerde omstandigheden gemaakt werd.

Bij het maken van een toets start ik met het opstellen van de eindkwalificaties en leeruitkomsten van het vak. Daarna volgt de toetsmatrijs waarin per onderdeel en per leerdoel aangegeven wordt wat de weging is en met welk type vraag dit getoetst wordt. Vervolgens bedenk ik verschillende items per onderdeel en leg deze samen met de toetsmatrijs voor aan collega’s. Op basis van de feedback pas ik de items eventueel aan. Ik maak bij de gekozen items een bijbehorend beoordelingsformulier en antwoordmodel met rubrics, die ook weer voorgelegd wordt aan collega’s. Zo ontstaat er een toets die geconstrueerd is onder het vier ogen principe.

Voorbeeld

Voor het vak politiek bewustzijn (leerjaar 2) is dit jaar het thema sociale ongelijkheid bedacht. In een eerder stadium zijn de leerdoelen, eindkwalificaties en lesinhouden bepaald. Nu moet de toets gemaakt worden en daarvoor ben ik samen met twee collega’s verantwoordelijk. In de OER staat dat het een schriftelijke toets wordt onder gecontroleerde omstandigheden met open vragen, waar de studenten 3 uur de tijd voor hebben. Het worden 3 essay-vragen; per hoofd-onderdeel van het vak zal 1 vraag gesteld worden. We besluiten dat er een deel reproductie in zit (kennis van de belangrijkste begrippen), een deel toepassing (aan de hand van een casus) en een deel inzicht (uitleg van standpunt van een andere auteur). De toepassing & inzicht vraag wegen zwaarder dan de reproductievraag (40%-40%-20%). We bedenken toetsitems (formuleren van de vragen), een antwoordmodel en beoordelingsformulier en leggen het geheel voor aan de toetscommissie die de kwaliteit van de toetsen bewaakt. Na wat aanpassingen in de items en het beoordelingsformulier kan de toets gebruikt worden. 

Ik ben geboren op 17 februari 1987 als tweede kind in een gezin met vier kinderen. Mijn ouders zijn inmiddels al bijna 40 jaar getrouwd en ik heb een oudere zus en twee jongere broertjes. In het dorpje waar ik ben opgegroeid heb ik een prettige, rustige en beschermde jeugd gehad. Ik ging naar het gymnasium en begon in 2004 – ik was nog 17 – aan mijn studie psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens mijn studie heb ik allerlei commissies en neventaken gehad. Zo heb ik de sportdag van de studievereniging georganiseerd, ben ik gedurende een jaar voorzitter van het platform Nijmegen van de Sectie Psychologie Studenten van het Nederlands Instituut voor Psychologen geweest en ben ik trainer geweest bij AKKU Trainingsbureau.

Belangrijke waarden voor mij zijn inzet; hard werken en je best doen. Als ik me ergens aan verbind ga ik ervoor en streef ik naar het hoogste resultaat. Ik ben vrij taakgericht en rond liever eerst de taken af voordat we het over koetjes en kalfjes hebben, in plaats van andersom. Ik ben een echte theoreticus en vind het leuk om filosofische en ethische kwesties te bediscussiëren. Je zult me vaak horen zeggen dat 1)ik heb gelezen dat…; 2)ik zo’n interessant TED-filmpje/documentaire/lezing/interview op de radio heb gezien/gehoord….; 3) ik nog eens na zal zoeken het ook alweer precies zat want het moet toch zo zijn dat… Ik ben begripvol en empathisch en zoek liever naar oplossingen dan verzanden in problemen. Ik ben leergierig en zaSAM_1176l continue proberen iets op te steken van de dingen om me heen. Ik heb een hoge mate van stressbestendigheid en laat me niet zo gemakkelijk van mijn stuk brengen.

In mijn vrije tijd doe ik veel met zingen en dansen, maar ik maak ook graag lange wandelingen. De allermooiste wandeling die ik ooit gemaakt heb was in Italië bij Cinque Terre. Het is even doorbikkelen, al dat stijgen en dalen, maar het is er echt prachtig! Daarnaast speel ik ook graag (bord)spellen; op dit moment is Dominion favoriet maar ik speel zo’n beetje alles wat los en vast zit!